Springveer

Hoe vind ik woorden voor de vaart waarin mijn leven is terechtgekomen? Ik weet dat ik de deur heb opengezet voor verandering, maar had geen idee van de omvang. Inmiddels zit ik in twee verhuizingen, of eigenlijk: drie, als je de wisseling van kerk meetelt. En vreemd genoeg ben ik ook geland. Wie had gedacht dat het jubeljaar wat ik op 1 januari inzette, zo letterlijk zou uitpakken.

Mijn gevoel laat zich het beste samenvatten in een beeld: dat van een springveer. Die kan je héél erg uitrekken, zodat hij grote sprongen kan maken. Maar hij veert ook weer terug. Soms niet. Dan blijft het uiteinde haken in mijn hoofd met als gevolg nare nerveuze kriebels in mijn buik. Soms veert hij als een kikker, zo snel. Dan kan niemand me bijhouden en ik mezelf ook niet meer. Wat ik dan nodig heb, is alleen zijn. Terwijl ik snak naar een moeder die me vasthoudt en me belooft dat alles goed komt. En een vader die voor me opkomt en regelt wat niet lekker loopt.

Ik móet echter alleen zijn, om angst in de ogen te kijken. Een oerangst, zonder rede(n). Gevoed door ingrijpende veranderingen, waardoor ook verlieservaringen op jonge leeftijd weer oplaaien met alle emoties van dien.

In de stilte van een dag zonder afspraken en zonder andere mensen om me heen, springt de oerangst me vandaag geregeld om de oren. Ik huil, luister oude CD’s met bekende christelijke muziek, gun mezelf rust door een Netflix-film te kijken, dwing mezelf om toch iets te eten en om toch maar door te gaan met ordenen. Dit laatste is een oude strategie die altijd heeft gewerkt: niet bij de pakken neerzitten, maar doen waar ik nog wel grip op heb om de chaos niet groter te maken.

En in de stilte van vandaag is er zo nu en dan die moeder en die vader in mezelf waar ik mee praat. Een verhuizing ís een live-event en als het er dan ook nog drie zijn, is het niet zo gek dat er behalve het feest van vernieuwing ook rouw is om wat is geweest. Het klinkt cliché: ‘partir c’est un peu mourir’, maar het is gewoon waar. Rouwen is oké en is nodig om ruimte te maken voor iets nieuws. Rouwen om vervolgens weer te kunnen bouwen.

Dus ik snotter zo nu en dan in stille momenten. En op andere momenten kijk ik verwonderd om me heen: onze droom is werkelijkheid geworden. Nog mooier dan gedacht. Het voelt óók als leven in advent: vol verwachting naar wat komen gaat.

Post Author: Julia Molenaar